Lagere WOZ-waarde door vermindering productiecapaciteit installaties

De Hoge Raad heeft recent een arrest gewezen dat van groot van belang is voor de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde van havengebonden en industriële objecten. Steeds vaker worden belanghebbenden geconfronteerd met gemeente die ten onrechte betogen dat bij de WOZ-waardering van dit type objecten geen of nauwelijks ruimte is voor een correctie wegens functionele veroudering. Dit arrest maakt duidelijk dat dergelijke  standpunten niet houdbaar zijn. Bij het bepalen van de gecorrigeerde vervangingswaarde moet rekening worden gehouden met een correctie wegens technische veroudering én een correctie wegens functionele veroudering.

In dit arrest bepaalt de Hoge Raad dat bij het bepalen van de economische veroudering van de opstallen van een WarmteKrachtCentrale (WKC) rekening gehouden moet worden met de disfunctionaliteiten die kleven aan de (vrijgestelde) installaties van een WKC. Redengevend is dat de energiecentrale minder draaiuren maakt dan mogelijk. Verder speelt mee dat het rendement van de turbines lager is dan van de nieuwste turbines. Dat de in de opstallen opgestelde installaties vrijgesteld zijn op basis van de zogenoemde werktuigenvrijstelling, doet daar volgens de Hoge Raad niet aan af.