In een recente uitspraak heeft Gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat een waterschap ten onrechte leges heeft geheven voor een vergunningaanvraag voor een jaarlijks evenement. Het hof oordeelde dat de aanslag geheel komt te vervallen, omdat de legesverordening op essentiële punten onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en omdat de heffingsgrondslag onvoldoende duidelijk is.
De zaak draaide om een stichting zonder winstoogmerk die jaarlijks een historisch cultureel evenement organiseert. Door een nieuwe legesverordening moest de stichting voor het eerst leges betalen. Volgens het hof heeft het waterschap bij het vaststellen van de verordening onvoldoende rekening gehouden met de belangen van maatschappelijke organisaties zoals deze stichting. Hierdoor kon niet worden beoordeeld of de regeling voldoet aan het evenredigheidsbeginsel. Daarnaast vond het hof dat de bepalingen waarop de leges waren gebaseerd te onduidelijk waren. Voor belastingplichtigen was onvoldoende kenbaar wanneer precies leges verschuldigd zijn en op welke grondslag deze worden geheven.
Deze uitspraak onderstreept dat belastingverordeningen niet alleen zorgvuldig moeten worden voorbereid, maar ook voldoende duidelijk en voorzienbaar moeten zijn voor degenen die ermee worden geconfronteerd. Wanneer de belangen van bepaalde groepen niet zijn meegewogen of de heffingsgrondslag onvoldoende kenbaar is, kan dit ertoe leiden dat een aanslag wordt vernietigd.